Rudie Arens Edelsmid
Rudie wordt op 23 juli 1918 geboren in de Hezelstraat te Nijmegen als vijfde in een gezin met zes kinderen. De familie Arens is zeer kunstzinnig: Vader Rudie en oom Johan zijn beiden edelsmid, oom Albert is kunstschilder. Thuis wordt regelmatig gemusiceerd met bevriende musici.
Rudie is een vrolijke Frans, en een dromer. Hij wil bioloog worden, maar groeit mee in de zaak van zijn vader en beide ooms. Op achttien jarige leeftijd gaat hij naar de kunstacademie (kunstoefening) te Arnhem (op de fiets). Hij volgt lessen bij de bekende edelsmid Frans Zwollo. Aansluitend zijn er de lessen van de tekenleraren Echbert Havinga en Hendrik Valk en de klas van de bewonderde beeldhouwer en medailleur Gijs Jacobs van den Hof. Al snel ontgroeit hij zijn leermeesters.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontsnapt hij meerdere malen aan de dood. Nijmegen staat in brand en de omringende huizen aan de Oudestadsgracht zijn volledig verwoest. Ook het ouderlijk huis gaat door de oorlog in brand op met het meeste van de familie bezittingen. Het gezin betrekt het huis op de Berg en Dalseweg.
Rudie is nu in de kracht van zijn scheppend vermogen. Als de Gebroeders Arens direct na de oorlog de opdracht krijgen voor een nieuwe burgemeestersketen, maakt hij als jonge veelbelovende edelsmid het ontwerp voor wat zijn proeve van meesterschap moet worden. Met een schrijven van de Burgemeester en een aanbeveling van Jan Hendrik Holwerda, direkteur van Rijksmuseum Kam, probeert hij om in Zwitserland emailpoeders te gaan kopen. Een poging om daar via België te geraken is vergeefs, in Luik en Brussel worden de benodigde visa geweigerd. Ook de edelsmeden opleiding in het klooster in Maredsous en de grote juwelier Wolfers in Brussel kunnen hem niet helpen. Ondertussen begint Rudie zich steeds zieker te voelen en wordt gedwongen naar huis terug te keren.  Wanneer Rudie s'avonds met hoge koorts staat te liften (het is een gevaarlijke tijd waar men niet zomaar lifters  meeneemt), stopt er een automobilist omdat deze een stem hoorde die hem opdroeg deze eenzame lifter mee te nemen. Thuis wordt vergaande tbc in dodelijke vorm geconstateerd. Het sanatorium van Dekkerswald is alleen bestemd voor de elite, maar via kennissen van zijn vader, kan hij er toch terecht. Daar maakt hij vrienden, van welke de meesten overlijden. Rudie overleeft als enige van de drie patiënten een experimentele operatie die daarna nooit meer wordt uitgevoerd. Op Dekkerswald wordt hij de stem en humoristische redactie van een intern radiostation.
De uitgeteerde Rudie moet lang thuis herstellen. De ziekte kost hem in totaal drie jaren op bed, een long en (later) een nier. Voor hem betekent dit het verlies van drie jaren van zijn meest creatieve periode. Rudie’s jongste zus weet uiteindelijk de emails vanuit Zwitserland te zenden. Zijn vader en oom vervaardigen in die jaren de door hem ontworpen burgemeestersketen.
In 1948 wordt ook een keten besteld voor de stad Huissen. Samen zijn zij in Nederland de enige gedragen  burgemeesters waarin op de ketens de afzonderlijke letters van de gemeente zijn aangebracht. De penningen en de schakels zijn hierbij geëmailleerd.
Via via kwam het advies ter ore dat er een pand leeg stond aan de Berg en Dalseweg en betrokken kon worden, later is het pand via een veiling gekocht.  De karakteristieke half ronde erker wordt ingericht als winkel-etalage. Het was niet toegestaan een atelier te bouwen (toe te voegen), derhalve heeft het atelier het uiterlijk van een garage.
Rudie werkt al onder zijn eigen naam als hij in 1948 het bedrijf overneemt.

In 1956 ontmoet de 38-jarige Rudie via huwelijksbureau zijn grote liefde: Josephine Adam, een creatieve, plichtsgetrouwe en intelligente sterke vrouw. Het is liefde op het eerste gezicht. Zij trouwen datzelfde jaar nog en krijgen in totaal vier kinderen.
Als zijn vader en ooms overlijden, zet Rudie in zijn eentje de traditie van zijn vader en ooms voort. Hij is ontwerper, goud- en zilversmid, vrije vormgever en een magistraal emailleur.
Het aanbod aan kerkelijke opdrachten verdwijnt geheel maar Rudie toont zijn veelzijdigheid in profane opdrachten. Onuitputtelijk is Rudie’s creativiteit: honderden sieraden, vazen, kandelaars, wand reliëfs, plaquettes, beelden, emails. De opdrachten komen uit de hele wereld. Op latere leeftijd maakt hij ook een nieuwe pedel staf en een replica van de keten van de Rector Magnificus van zijn vader, zonder te wachten op de definitieve opdracht. “Ik heb niet voor eeuwig de tijd om te wachten. Niemand anders kan dit doen.”
Rudie ontwikkelt ook nieuwe technieken waaronder eigen gietmethodes en een verbeterde samenstelling van gietzand. Overdag is de winkel open en werkt hij aan opdrachten en reparaties maar ‘s avonds is hij bezig met zelf gebouwde ovens in de werkplaats. Hij blijft onderzoeken en experimenteren. Zijn methodes worden overgenomen door docenten van de Vakschool Schoonhoven. Hij maakt dagen van ’s ochtends 8.00 uur tot ’s avonds 23.00 uur, zes dagen per week. Zondags maakt hij ontwerpen en doet hij de boekhouding. Vakanties zijn zeldzaam. Alleen tijdens de Vierdaagseweek sluit de winkel. Zijn vrouw Josefien draagt zorg voor het huishouden en de inrichting van de etalage.
Rudie geeft ook les: op de Lindenberg tot zijn verplicht pensioen, en thuis in zijn eigen werkplaats, 35 jaar lang, aan zo’n 90 stagiaires van de Vakschool. En tot zijn grote vreugde aan zijn kleindochter die hem in het vak opvolgt. Hij geniet er van om zijn vak door te geven en heeft een eindeloos geduld. Hij schrijft boeken over het vak met talloze geheime vakknepen. Zoals “drijven en ciseleren” en “email en niëllo”.
Rudie is bescheiden en zoekt de publiciteit niet. Hij is zachtmoedig en sociaal bewogen. Wie niet veel geld heeft hoeft niet veel te betalen voor een opdracht. Vaak werkt hij tegen kostprijs. Hij helpt een Turkse vriend om in Ankara een eigen zaak te kopen. Met zijn vrouw adopteert hij twaalf kinderen in de derde wereld en steunt hij talloze goede doelen.
Rudie blijft leergierig tot op hoge leeftijd. Eén van zijn hobby’s is fotografie en film. De gezinsuitjes van het jonge gezin worden op de 8 mm film vastgelegd. Al zijn werken fotografeert hij zelf. Als hij 80 is leert hij zichzelf fotoshop op de computer en maakt daarmee de illustraties voor zijn boeken. Hij gaat onverdroten door met werken. “Ik ga door tot ze me daarboven roepen.”
Vanaf zijn 91e jaar gaat zijn gezondheid achteruit en begint een zware fysieke en mentale strijd. Begin 2011 wordt zijn “Josephientje” geroepen, waar hij zo innig mee verbonden is en als hoogbejaarde nog samen kookt, afwast en hand in hand loopt. Toch wil hij blijven leven voor zijn kinderen en kleinkind, uit liefde en zorgzaamheid. Hij heeft nog één doel: de bruiloft van zijn jongste zoon bijwonen. Voor zijn schoondochter maakt hij met zijn laatste krachten, geholpen door zijn dochter en kleindochter, nog een broche. Een maand later geeft hij zich eindelijk gewonnen. “Deo Gratias”, het is volbracht. Hij sterft in de kamer waar hij 65 jaar eerder al tegen tbc vocht.
Rudie was een meester in zijn vak en de éminence grise van de edelsmeedkunst in Nederland, maar bovenal een zachtmoedig, begaafd en gelovig mens. Met Josefine was hij 54 jaar gelukkig getrouwd en deelde hij hetzelfde diepe geloof in de barmhartige en offervaardige God.
In zijn laatste levensjaar leerde hij ons zijn laatste les: volharding en stille moed in volledige hulpeloosheid. Ook hierin bleef hij groots en bescheiden. Tot op zijn laatste ademtocht.
Biografie
Welkom.Biografie.Creaties.Boeken.Video.Contact.Kleindochter Arens.